Seksueel geweld in Coronatijd

Aanranding, verkrachting, seksueel misbruik door hulpverleners, seksueel misbruik van kinderen, het zijn allemaal vormen van seksueel geweld. Seksueel geweld wordt soms gepleegd door onbekenden, maar nog veel vaker door bekenden, en vaak in afhankelijkheidsrelaties. Seksueel misbruik leidt over het algemeen tot ernstige schade: veel slachtoffers ontwikkelen ernstige psychische klachten, zoals angststoornissen; herbelevingen; of depressieve klachten.

Voor slachtoffers is het meestal moeilijk om met hun verhaal naar buiten te komen. Zo kan daarbij schaamte een rol spelen, maar ook de angst om niet geloofd te worden, of een zekere mate van loyaliteit ten opzichte van degene die het misbruik heeft gepleegd. Plegers van seksueel misbruik zetten slachtoffers meestal onder druk om het seksuele contact geheim te houden, en proberen slachtoffers vaak mede verantwoordelijk te maken. Dientengevolge kan het misbruik doorgaan. Het is van belang het stilzwijgen te doorbreken, en over het misbruik te praten met iemand die je vertrouwt, zoals een bekende, een vertrouwenspersoon op school of werk, een hulpverlener of een medewerker van het Steunpunt Huiselijk Geweld.

Lees verder:

Huiselijk geweld in Coronatijd

Huiselijk geweld is een vorm van geweld dat plaatsvindt in de privésfeer. Het wordt veelal gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer, bijvoorbeeld een partner, een ouder of een kind. Daar er sprake is van een familiaire of affectieve relatie tussen dader en slachtoffer wordt deze vorm van geweld ook wel relationeel geweld genoemd. Een essentieel kenmerk van huiselijk geweld is dat er altijd sprake is van een machtsverschil tussen de dader en het slachtoffer.

Lees verder:

Recht op omgang met het kind in coronatijd

Raymond en Kim hebben elkaar vier jaar geleden tijdens een vakantietrip leren kennen. Het was liefde op het eerst gezicht. Eenmaal in Nederland teruggekomen besloten Raymond en Kim om na een aantal maanden samen te gaan wonen. Twee jaar later zijn Raymond en Kim de ouders geworden van Job. Op het moment dat de eerste coronagolf uitbrak en Raymond en Kim samen met Job 24/7 bij elkaar waren begonnen er scheurtjes te ontstaan in de relatie. Deze zomer hebben Raymond en Kim er voor gekozen om uit elkaar te gaan, waarna zij zich samen hebben gewend tot een mediator om afspraken te maken. Ten aanzien van Job geldt dat hij bij Kim zijn hoofdverblijf heeft. Daarnaast heeft hij iedere week omgang met Raymond waarbij hij iedere week van donderdagochtend tot zaterdagavond bij Raymond verblijft. Raymond geniet ieder moment dat Job bij hem is. Echter, tot grote schrik van Raymond heeft Kim vorig weekend aangegeven dat Job geen contact meer mag hebben met Raymond. Uit het niets wordt Raymond er van beschuldigd dat hij tijdens de omgangsmomenten drugs zou gebruiken. Ten einde raad heeft Raymond vandaag contact met mij gezocht.

READ MORE

Kan een kroegbaas de alimentatieverplichting wijzigen c.q. stopzetten tijdens de tweede coronagolf?

Vorige week woensdag heeft Bertrandt contact met mij opgenomen. Bertrandt is de eigenaar van een leuk goedlopend bruincafé dat gevestigd is op de Korenmarkt in Arnhem. Vanaf 14 oktober 2020 moest Betrandt zijn bruincafé wederom sluiten. Inmiddels is het bruincafé van Bertrandt nu bijna vier maanden gesloten. Bijna vier maanden lang heeft Bertrandt geen omzet gedraaid. Bertrandt is aldus in grote onzekerheid omtrent zijn financiële situatie, voorgaande zorgt bij Bertrandt voor slapeloze nachten. Hierbij speelt ook dat Bertrandt niet alleen als ondernemer, maar ook als vader van Luna, financiële verplichten heeft. Immers, Bertrandt is zeven jaar geleden gescheiden van Chantal. Bertrandt en Chantal zijn met behulp van een advocaat overeengekomen dat Bertrandt iedere maand ten aanzien van de kinderalimentatie een bedrag van € 450,00 aan Chantal dient te voldoen. Nu Bertrandt in verband met het Coronavirus geen enkele euro meer omzet en het nog maar de vraag is of hij zijn bruincafé kan blijven voortzetten is bij Bertrandt de vraag gerezen of hij  kan stoppen met het betalen van de kinderalimentatie.

READ MORE

Vanaf 1 januari 2020 Ketenbepaling terug van nu twee (2) naar drie (3) jaar (en drie (3) contracten)

Op 1 juli 2015 is de ketenbepaling gewijzigd van drie (3) jaar naar twee (2) jaar door de Wet Werk en Zekerheid (WWZ). Werknemers hadden vanaf dat moment na twee (2) jaar al recht op een vast dienstverband. Met ingang van 1 januari 2020 gaat de maximumtermijn weer terug naar drie (3) jaar. Het maximaal aantal contracten binnen deze periode blijft drie (3) en de onderbrekingstermijn blijft ook 26 weken. Minister Koolmees van Sociale Zaken heeft dit geschreven in een kamerbrief over de voortgang van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ).

De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) heeft nog meer wijzigingen met zich mee gebracht de afgelopen jaren. Er zullen op het gebied van het arbeidsrecht nog meer wijzigingen plaats vinden.  Sinds de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) zijn werkgevers huiveriger om medewerkers een vast contract aan te bieden. De overheid wil meer balans bieden tussen flexwerk en een vast contract.  De ketenbepaling is door de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) in 2015 verkort van drie (3) jaar naar twee (2) jaar. Tevens hebben er wijzigingen plaats gevonden in de mogelijkheid om een proeftijd toe te passen, het ontslagrecht en de transitievergoeding.  

In het regeerakkoord zijn de volgende wijzigingen betreffende de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) naar voren gebracht:  

Transitievergoeding
In de opbouw van de transitievergoeding wordt op twee (2) punten meer balans aangebracht.
1. Werknemers krijgen vanaf het begin van hun arbeidsovereenkomst recht op de transitievergoeding in plaats van na de huidige 24 maanden.
2. Voor elk jaar dienstverband gaat de transitievergoeding een derde maandsalaris bedragen, ook voor contractduren langer dan tien (10) jaar.
3. De overgangsregeling voor 50-plussers blijft gehandhaafd.  

Vast contract pas na drie (3) jaar
De periode waarna elkaar opeenvolgende tijdelijke contracten overgaan in een contract voor onbepaalde tijd, wordt verlengd van twee (2) naar drie (3) jaar (24 naar 36 maanden).   Voor deze maatregel komt geen overgangsperiode. Dit houdt in dat op een arbeidsovereenkomst die eindigt op of na 1 januari 2020, een ketenbepaling van drie (3) jaar van toepassing is, ook als de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor 1 januari 2020.  

Opvolgende contracten
Voor opvolgende contracten gaat de ‘teller op nul’ als tussen contracten een tussenpoos van zes maanden zit. Het uitgangspunt blijft zes (6) maanden. Er dient echter ruimte te zijn om sectoraal te kunnen af te wijken en de tussenpoos te verkorten indien het werk daarom vraagt. Voor seizoensarbeid is dit al mogelijk. Het wordt echter verruimd als terugkerend werk voor een periode van ten hoogste negen (9) maanden kan worden verricht. Sociale partners kunnen hierover afspraken maken.   In het primaire onderwijs worden tijdelijke contracten voor invalskrachten in verband met vervanging wegens ziekte uitgezonderd van de ketenbepaling.

Langere proeftijd
De mogelijkheden voor een langere proeftijd moet het aantrekkelijker maken voor werkgevers om een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aan te bieden. Indien een werkgever direct een contract voor onbepaalde tijd aanbiedt, wordt de proeftijd verruimd naar vijf (5) maanden.   Voor een contract langer dan twee (2) jaar wordt de maximale proeftijd drie (3) maanden. Verder wijzigen de huidige regels betreffende de proeftijd niet. Dit houdt in dat er pas bij een contract van langer dan zes (6) maanden een proeftijd van een maand overeengekomen kan worden.  

Conclusie
Het kabinet wil het voor werkgevers aantrekkelijker maken om de werknemers een vast dienstverband aan te bieden. Dit doen ze door enkele wijzigen door te voeren. Met ingang van 1 januari 2020 gaat de ketenbepaling terug van twee (2) naar drie (3) jaar. Hiervoor komt geen overgangsrecht. Dit houdt in dat op een arbeidsovereenkomst die eindigt op of na 1 januari 2020, een ketenbepaling van drie (3) jaar van toepassing is, ook als de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor 1 januari 2020. Er zijn langere proeftijden mogelijk bij het aanbieden van langdurig tijdelijk contract (drie (3) maanden bij twee (2) jaar) en bij vast dienstverband (maximaal vijf (5) maanden). De transitievergoeding gaat echter al gelden vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst.

Advocaat voor de Taxibranche

Direct een advocaat nodig?

In een zo vroeg mogelijk stadium is het van belang om u te laten bijstaan door een goede advocaat. MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN, advocaat en forensisch auditor, helpt u een procedure te voorkomen en om, wanneer het toch tot een procedure komt, deze in goede banen te leiden. Hij adviseert u dan ook altijd eerst hem te raadplegen voordat u een procedure opstart of vragen beantwoordt. Voor het maken van een (video- of Skype-) afspraak kunt u hem bereiken via het kantoornummer +31851301626, via het app-nummer +31687006770 en via het e-mailadres info@vanleeuwenlawfirm.nl.


Expertises

VAN LEEUWEN LAW FIRM biedt expertise aan in verschillende rechtsdomeinen. Dankzij doorgedreven opleidingen en een ruime praktijkervaring biedt MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN een doelgerichte en doeltreffende bijstand.


RECHTSDOMEINEN

Strafrecht

Van Leeuwen Law Firm verleent rechtsbijstand aan ondernemingen en fysieke personen die verdacht worden of slachtoffer zijn van misdrijven, in het bijzonder economisch-financiële misdrijven (witteboordencriminaliteit). Het kantoor is onder meer actief in zaken verband houdende met witwassen, oplichting, omkoping, misbruik van vennootschapsgoederen, misbruik van vertrouwen, faillissementsmisdrijven, fiscale fraude, erfenisfraude, openbare aanbestedingsfraude, douane- en accijnzenfraude, en kansspelenfraude. Van Leeuwen Law Firm staat garant voor kwaliteit, efficiëntie en discretie. De Advocaat streeft er steeds naar om uw zaak op zo kort mogelijke termijn tot een goed einde te brengen, in voorkomend geval via een minnelijke regeling.

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat zowel ondernemingen als particulieren bij die geconfronteerd worden met vraagstukken op het gebied van Commune Strafrecht, Economisch Strafrecht, Financieel Strafrecht, Fiscaal Strafrecht, Fraude, (Internationale) Corruptie, Overtreding van Milieuwetgeving, Bedrijfsongevallen en Arbowetgeving.

READ MORE

Bestuursrecht

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat zowel bedrijven als particulieren bij die geconfronteerd worden met vraagstukken op het gebied van Bezwaar- en Beroep, Toezicht en handhaving, Gedoogverklaring, Wet BIBOB, Verklaring omtrent het Gedrag, Wet Damocles, Wet Tijdelijk Huisverbod en Gebiedsverbod.

READ MORE

Verklaring omtrent het gedrag (VOG) 

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat u terzijde wanneer de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie onverhoopt heeft besloten om uw aanvraag om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een chauffeurskaart of ondernemingsvergunning bij KIWA B.V. af te wijzen.  

 
Chauffeurskaart (KIWA) 

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat u adviserend en procederend terzijde wanneer de Minister van Infrastructuur en Milieu onverhoopt heeft besloten om uw aanvraag voor of verlenging van een BCT Chauffeurskaart af te wijzen. Ook staat hij u adviserend en procederend terzijde wanneer de Minister van Infrastructuur en Milieu onverhoopt heeft besloten om uw Chauffeurskaart in te trekken.  

Ondernemingsvergunning (KIWA) 

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat u adviserend en procederend terzijde wanneer de Minister van Infrastructuur en Milieu onverhoopt heeft besloten om uw aanvraag voor of de verlenging van een  Ondernemingsvergunning af te wijzen. Ook staat hij u adviserend en procederend terzijde wanneer het voornemen heeft om uw Ondernemingsvergunning in te trekken.  

TaXXXivergunning (Amsterdam) 

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat u adviserend en procederend terzijde wanneer het College van B&W onverhoopt heeft besloten om uw aanvraag voor een Taxxxivergunning af te wijzen. Ook staat hij u adviserend en procederend terzijde wanneer het College van B&W onverhoopt heeft besloten om uw TaXXXivergunning in te trekken. 

Bus-/Trambaanontheffing 

In de grote steden is het van essentïeel belang dat u over een bus-/trambaanontheffing beschikt. MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat u terzijde wanneer de aanvraag voor deze ontheffing wordt afgewezen. 

Rijvaardigheidsbewijs (CBR) 

Voor het beroep van taxichauffeur is het van essentieel belang dat u beschikt over een rijvaardigheidsbewijs. MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat u terzijde wanneer uw rijvaardigheidsbewijs ongeldig wordt verklaard.

Educatieve maatregel (CBR) 

Wanneer er een vermoeden bestaat dat u niet meer voldoet aan de eisen van geschiktheid voor personen die in het bezit zijn van een rijbewijs, kan er besloten worden een Educatieve Maatregel aan u op te leggen.  

Er zijn vier (4) educatieve maatregelen: 

  • de Lichte Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (LEMA) 
  • de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (EMA) 
  • de Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) 
  • het Alcoholslotprogramma (ASP) 

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat u terzijde wanneer deze maatregel onverhoopt aan u wordt opgelegd. 

Civiele Zaken

Indien u op zoek bent naar een ervaren advocaat op het gebied van algemeen civiel recht dan bent u bij VAN LEEUWEN LAW FIRM aan het juiste adres. Algemeen civiel recht is de overkoepelende naam voor alle juridische conflicten tussen zowel particulieren onderling als particulieren en bedrijven. Deze conflicten kunnen over zeer uiteenlopende onderwerpen gaan, zoals: contracten, huurovereenkomsten, koopovereenkomst, aansprakelijkheidsrecht, geschillen over eigendom, incassozaken / geldvorderingen.

READ MORE

Geldvorderingen

Heeft u een dagvaarding ontvangen en bent u het niet eens met hetgeen gevorderd wordt? Heeft u een (verstek) vonnis ontvangen en bent u het niet eens met de beslissing van de (voorzieningen-) rechter?

READ MORE

Civielrechtelijke Handhaving

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat zowel ondernemingen als privépersonen bij die geconfronteerd worden met civielrechtelijke vraagstukken op het gebied van Contact- en straatverbod, Stalking, Huiselijk geweld, Seksueel Geweld, Eerwraak, Ongewenste omgangsvormen en Seksuele intimidatie.

READ MORE

BKR Registratie

Indien uw gegevens onverhoopt voorkomen in het Centraal Krediet Informatiesysteem (CKI) van de stichting Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel kan dit grote gevolgen hebben voor u. Op grond van een vermelding in het CKI kunnen namelijk andere financiële instellingen weigeren om (nog langer) diensten aan u te verlenen.

READ MORE

Ondernemingsrecht

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN treedt regelmatig op bij conflicten met werknemers en bijvoorbeeld betalingsgeschillen, problemen met verhuurders of huurders en problemen over de uitleg van gesloten overeenkomsten. Hij staat u daarom terzijde bij het opstellen en beoordelen van: (a) Handelscontracten, zoals: koopovereenkomsten, leverings- en distributiecontracten , (b) Algemene voorwaarden en inkoopvoorwaarden, (c) Huurcontracten, (d) Arbeidscontracten en inhuurovereenkomsten, (e) Samenwerkingsovereenkomsten, Memorandum of Understanding (MUO), NDA/NDCA en Finder’s Fee agreements, (f) Maatschap- en VOF-overeenkomsten, (g) Management agreements en (h) Corporate Codes. Ook begeleidt de advocaat u bij fusies, overnames en herstructureringen en alles wat daarmee samenhangt. Daarnaast staat de advocaat u bij op het gebied van geschillen tussen/met aandeelhouders, bestuurders, commissarissen en crediteuren. Verder ondersteunen de advocaat u met een goed gestructureerd incassosysteem. 

Familie- en Jeugdrecht

MR. BAS A.S. VAN LEEUWEN staat privépersonen bij die geconfronteerd worden met vraagstukken op het gebied van echtscheiding, ouderlijk gezag, omgangsregeling, alimentatie, adoptie, ondertoezichtstelling, uithuisplaatsing, curatele, bewind of naamswijziging.

READ MORE

Arbeidsrecht

Zowel als werkgever, werknemer, statutair directeur als ondernemingsraad bent u bij uw advocaat in de Regio Stedendriehoek aan het juiste adres voor al uw vragen op het gebied van arbeidsrecht en ontslagrecht. Om uw positie te kunnen bepalen is gedegen arbeidsrechtelijk advies van belang, niet alleen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst, maar ook tijdens en met name bij beëindiging van het dienstverband.

READ MORE

Uitkeringen

Het Nederlands sociale zekerheidsstelsel is er om te garanderen dat er sprake is van inkomen en/of verzorging ten tijde van pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden of werkloosheid middels werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen.

READ MORE


Gesubsidieerde Rechtsbijstand

https://www.vanleeuwenlawfirm.nl/mvo/gesubsidieerde-rechtsbijstand/embed/#?secret=wJAdHG3id8https://www.vanleeuwenlawfirm.nl/mvo/hoogte-eigen-bijdrage-2020-hoeveel-moet-ik-zelf-betalen/embed/#?secret=6pldBMjzoC

Bijzondere Bijstand van de Gemeente voor de eigen bijdrage en griffierecht

https://www.vanleeuwenlawfirm.nl/mvo/bijzondere-bijstand-van-de-gemeente-voor-de-eigen-bijdrage-en-griffierecht/embed/#?secret=XeIO89gUf7

FINANCIAL CRIME RISK MANAGEMENT

Integrity is a cornerstone of a company’s mission. The Corporate Legal Department plays a crucial role. Organizational failures continue to illustrate that Corporate Legal Departments are on the front lines of balancing a company’s business objectives and risks, as well as protecting its reputation and assets. These responsibilities can bring a seemingly never-ending stream of fraud, bribery or corruption allegations, whistleblowers, regulatory inquiries and disputes. Corporate Legal Departments turn to Van Leeuwen FCRM for timely, flexible and practical services that address these broad responsibilities.

Forensic and Financial Crime

Van Leeuwen FCRM helps clients identify and assess financial crime risk, respond to evolving regulation, react to regulatory action, and enhance their existing financial crime risk management programme. Our services include: Strategy Consulting, Risk Advisory, Compliance Solutions, Independent Review, Technology Innovation and Investigations.

READ MORE

Investigations, Compliance and Defence

Van Leeuwen FCRM combines specialist knowledge and years of experience in the various disciplines of compliance, monitoring and enforcement. It provides the services required to help private and public organizations identity the nature and extent of fraud and deliver appropriate remedies: Fraud Risk Assessment, Fraud Risk Management, Fraud Investigations, Compliance Assistance, Integrity Due Diligence, Forensic Business Intelligence, Litigation, Negotiation and Reputation Management.

READ MORE

Corporate Fraud and Criminal Law

In order to prevent, deter and mitigate Corporate Fraud, organizations have to (a) assess their corporate fraud risk, (b) set-up and strengthen their corporate fraud risk management systems and (c) investigate allegations and indication of corporate risk.

READ MORE

Data Protection and Privacy

General Data Protection Regulation (GDPR) reshapes the way in which sectors manage data, as well as redefines the roles for key leaders in businesses, from Chief Information Officers to Chief Marketing Officers. Chief Information Officers must ensure that they have watertight consent management processes in place, whilst Chief Marketing Officers require effective data rights management systems to ensure they don’t lose their most valuable asset – data.

READ MORE

Forensic Technology and Discovery Services

Van Leeuwen FCRM’s Forensic IT department leverages proven methodologies, as well as innovative and proprietary technologies, to identify relevant investigative and dispute resolution evidence in a timely and credible manner.

READ MORE


LEGAL DEPARTMENT OPERATIONS

The Legal Department of the Future

New technologies and processes are transforming in-house legal departments, but staffing models, too, are shifting to create new efficiencies and respond to the need for updated departmental skills and expertise.

Meet the legal department operations (LDO) professionals – a new position in corporate legal departments that is increasingly helping free up attorney time to focus on legal matters instead of operational ones. The recognition that operations, innovation, technology, and procurement should actually be the responsibility of an identifiable individual, rather than part of the portfolio of the general counsel is the biggest emerging trend in legal operations.

The legal department operations (LDO) professional is typically occupied with project management, financial planning, and managing outside counsel. But these legal department operations (LDO) professionals are also responsible for strategy, goal setting, and managing budgets, people, and vendors. Additionally, legal department operations (LDO) professionals play a crucial role in change management, which might explain their recent popularity.

The legal department operations (LDO) professional is often the person to decide what technology changes make sense and to determine how those technologies should be implemented with consideration of financial and operational implications such as budgeting, staffing requirements, outsourcing, and training.

Services for the Legal Function
Connecting the practice of law with the business of law

From legal advisory services (where permitted by law) to managed services — driven by people, guided by process, powered by technology — VAN LEEUWEN LAW FIRM, forensic auditing department, helps deliver the informed services your legal department needs to better support the business and drive additional value.

Framework for practicing Legal Operations

Contactgegevens Taxi Advocaat

Bezoekadres (op afspraak):

Spreekuurlocatie Amsterdam
Kingsfordweg 151
1043GR Amsterdam
The Netherlands
Telephone +31 (0) 85 130 16 26
Fax +31 (0) 85 130 16 27
E-mail info@vanleeuwenlawfirm.nl

Post – en Afleveradres:

Van Leeuwen Law Firm
Maliesingel 2
3581 BA Utrecht-City
The Netherlands

Recht op omgang met het kind in coronatijd

Raymond en Kim hebben elkaar vier jaar geleden tijdens een vakantietrip leren kennen. Het was liefde op het eerst gezicht. Eenmaal in Nederland teruggekomen besloten Raymond en Kim om na een aantal maanden samen te gaan wonen. Twee jaar later zijn Raymond en Kim de ouders geworden van Job. Op het moment dat de eerste coronagolf uitbrak en Raymond en Kim samen met Job 24/7 bij elkaar waren begonnen er scheurtjes te ontstaan in de relatie. Deze zomer hebben Raymond en Kim er voor gekozen om uit elkaar te gaan, waarna zij zich samen hebben gewend tot een mediator om afspraken te maken. Ten aanzien van Job geldt dat hij bij Kim zijn hoofdverblijf heeft. Daarnaast heeft hij iedere week omgang met Raymond waarbij hij iedere week van donderdagochtend tot zaterdagavond bij Raymond verblijft. Raymond geniet ieder moment dat Job bij hem is. Echter, tot grote schrik van Raymond heeft Kim vorig weekend aangegeven dat Job geen contact meer mag hebben met Raymond. Uit het niets wordt Raymond er van beschuldigd dat hij tijdens de omgangsmomenten drugs zou gebruiken. Ten einde raad heeft Raymond vandaag contact met mij gezocht.

Hoe zit het ook al weer?

Een kind altijd het recht heeft op contact met beide ouders. Op het moment dat ouders uit elkaar gaan dienen zij dan ook afspraken te maken op welke dagen het kind bij de ene of bij de andere ouder verblijft. Komen ouders er niet uit dan kan er aan de rechter verzocht worden om een omgangsregeling vast te stellen. Als er een omgangsregeling is overeengekomen c.q. is vastgesteld dan dienen beide ouders deze regeling na te komen. In de case van Raymond mag Kim de omgang tussen Raymond en Job dus niet eigenhandig stopzetten. Indien een ouder dit wel doet dan is het uiteraard noodzaak om aan de andere ouder kenbaar te maken dat u het niet eens bent met het feit dat de omgang is stopgezet en dat u graag wilt zien dat er aan de omgangsregeling weer uitvoering wordt gegeven.

De politie bellen of hulpverlening inschakelen?

Raymond vertelde mij dat hij zelf heeft geprobeerd om tot een oplossing te komen, helaas geeft Kim niet thuis. Gezien het feit dat Raymond radeloos was heeft hij in eerste instantie de hulp van de politie ingeroepen, op basis van onttrekking van het kind aan het ouderlijk gezag van Raymond. De ervaring leert echter dat de politie weinig kan en zal ondernemen, zo ook in het geval van Raymond. De politie heeft in de case van Raymond geprobeerd te bemiddelen, dit echter tevergeefs.

Daarnaast heeft Raymond op advies van de politie de hulpverlening ingeschakeld bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Gezien het feit dat deze vorm van hulpverlening vrijwillig is en Kim nergens aan mee wenst te werken, is ook deze hulp niet van de grond gekomen.

De hulp inschakelen van een advocaat?

Raymond heeft uiteindelijk vrij snel mijn hulp ingeroepen. Mijn advies is aan elke (benadeelde) ouder om hier nooit te lang mee te wachten, immers, hoe langer een kind zijn/haar ouder niet ziet hoe schadelijker dit voor een kind is. Ook ik heb geprobeerd om met Kim in contact te komen om in onderling overleg tot een oplossing te komen. Kim heeft via een eigen advocaat aangegeven dat het beter voor Job is als er geen contact meer is tussen Raymond en Job.

Spoedprocedure

Namens Raymond ben ik een kort geding gestart waarbij ik aan de rechtbank heb gevraagd om Kim te verplichten om de overeengekomen omgangsregeling na te komen. Als verweer bracht Kim naar voren dat zij van mening is dat de omgang tussen Job en Raymond dient te worden ontzegd omdat de omgangsmomenten niet in het belang van Job zouden zijn. Tijdens deze procedure werd Raymond er opnieuw van beschuldigd dat hij drugs zou gebruiken. Middels urinetesten (welke Raymond al voor aanvang van de zitting had gedaan) hebben wij op de zitting kunnen aantonen dat er geen sprake is van drugsgebruik. De rechtbank heeft na de zitting binnen twee weken de uitspraak gedaan en bepaald dat Kim haar medewerking moet geven aan de overeengekomen omgangsregeling. Via het kort geding heb ik dus vrij snel voor Raymond kunnen regelen dat de omgang met Job weer is hervat.

Conclusie

Mocht u als moeder of als vader in eenzelfde situatie zitten als Raymond dan is mijn advies om niet te lang te wachten met het inschakelen van de hulp van een advocaat. Immers, zoals ik al eerder schreef hoe langer een kind zijn of haar ouder niet ziet hoe schadelijker dit is. Tegelijkertijd geldt ook dat er een groot risico bestaat dat de omgang eerst weer langzaam dient te worden opgebouwd indien het kind een ouder lang niet heeft gezien In dit soort situaties duurt het dus veel langer voordat er weer op een frequente basis omgang is. Probeer dit te voorkomen door snel actie te ondernemen zodra de andere ouder de omgang heeft stopgezet.

BIBOB-screening en vastgoedtransacties

Welke vastgoedtransacties vallen onder het bereik van de Wet BIBOB?

In gevolge artikel 1, eerste lid onder o, van de Wet BIBOB wordt een vastgoedtransactie gedefinieerd als een overeenkomst of een andere rechtshandeling met betrekking tot een onroerende zaak met als doel:

  • het verwerven of vervreemden van een recht op eigendom of het vestigen, vervreemden of wijzigen van een zakelijk recht;
  • huur of verhuur;
  • het verlenen van een gebruiksrecht; of
  • de deelname aan een rechtspersoon, een commanditaire vennootschap of een vennootschap onder firma die het recht op eigendom of een zakelijk recht met betrekking tot die onroerende zaak heeft of die onroerende zaak huurt of verhuurt.

Voor het begrip vastgoed heeft de wetgever aansluiting gezocht bij het juridische begrip onroerende zaak uit het Burgerlijk wetboek. Dientengevolge vallen bepaalde registergoederen die roerende zaken zijn zoals schepen, buiten de reikwijdte van de Wet BIBOB. Grondtransacties vallen echter wel onder de reikwijdte van de Wet BIBOB. Het begrip onroerende zaak omvat dus de grond en de gebouwen op deze grond.

Onderdeel 1° van artikel 1, eerste lid onder o, van de Wet BIBOB heeft betrekking op het recht op eigendom en de zakelijke rechten zoals het recht van opstal, het appartementsrecht en het recht van erfpacht. In de vastgoedpraktijk van gemeenten, provincies en het Rijk komen niet alleen vastgoedtransacties voor ter zake van vol eigendom of erfpacht, maar ook ter zake van appartementsrechten, opstalrechten of combinaties daarvan. Bij dit laatste kan gedacht worden aan de ontwikkeling van een vastgoedobject met verschillende functionaliteiten waarbij het object bijvoorbeeld bestaat uit woningen met een recht van erfpacht, een parkeergarage waarvoor een opstalrecht wordt gevestigd en een museum waarvoor een recht van erfpacht wordt uitgegeven, vervolgens gesplitst in appartementsrechten.

Onderdeel 3° van artikel 1, eerste lid onder o, van de Wet BIBOB heeft betrekking op het recht op gebruik. Hiervan wordt voornamelijk door gemeenten gebruik gemaakt als een gebied of object op termijn ontwikkeld gaat worden. De gebruiker krijgt dan tijdelijk het recht tot gebruik van het vastgoed tegen betaling van een gebruiksvergoeding om de onkosten te dekken. Voor deze situaties is een huurovereenkomst met de behorende huurtermijnen en bescherming niet geëigend.

Onderdeel 4° van artikel 1, eerste lid onder o, van de Wet BIBOB heeft heeft betrekking op de deelname in een rechtspersoon, een vennootschap onder firma, een commanditaire vennootschap of een combinatie daarvan, waarmee rechten op vastgoed worden verkregen of vervreemd. Gedacht kan worden aan de NV Havengebouw, NV Zeedijk  en de CV/BV Beurs van Berlage in de gemeente Amsterdam. Ook bij zogenaamde PPS-constructies (publiek private samenwerking) ter zake van gebiedsontwikkeling worden dergelijke deelnames vaak gebruikt. Gedacht kan worden aan de NV Zuidas.

Wanneer kan een BIBOB-advies worden aangevraagd?

Ingevolge artikel 5a van de Wet BIBOB kan een rechtspersoon met een overheidstaak het Landelijk Bureau BIBOB om advies vragen. Een rechtspersoon met een overheidstaak kan het Landelijk Bureau BIBOB om een advies vragen over een natuurlijke persoon of rechtspersoon met wie een vastgoedtransactie wordt of is aangegaan: (1) alvorens een beslissing wordt genomen over het aangaan van een vastgoedtransactie; (2) in het geval dat bij een vastgoedtransactie is bedongen dat de overeenkomst kan worden opgeschort of ontbonden dan wel de rechtshandeling kan worden beëindigd indien zich één van de situaties, bedoeld in artikel 9, derde lid, van de Wet BIBOB, voordoet, alvorens zich op die opschortende of ontbindende voorwaarde te beroepen.

Ingevolge artikel 5a van de Wet BIBOB wordt aan rechtspersonen met een overheidstaak de bevoegdheid gegeven om bij het aangaan van een vastgoedtransactie een advies aan het Landelijk Bureau BIBOB te vragen. Dit advies kan worden gevraagd voorafgaand aan het aangaan van een vastgoedtransactie, dat wil zeggen voor het definitief afsluiten van een overeenkomst of het verrichten van een rechtshandeling. In dat geval wordt het advies pas aangevraagd als de onderhandelingen in een vergevorderd stadium zijn.

Een negatief advies kan dan leiden tot het niet aangaan van de overeenkomst of de rechtshandeling. Ook is het mogelijk dat een opschortende of een ontbindende voorwaarde wordt opgenomen in een overeenkomst of dat de rechtshandeling kan worden beëindigd indien zich een voorwaarde voordoet. In dit geval wordt het advies aangevraagd nadat het contract is afgesloten of de rechtshandeling is verricht. Een negatief advies kan dan leiden tot opschorting of ontbinding van de overeenkomst of beëindiging van de rechtshandeling. De  wet laat in het midden welke gevolgen aan een eventuele ontbinding van de overeenkomst of beëindiging van de rechtshandeling dienen te worden verbonden. Het ligt in de rede dat de overeenkomst respectievelijk de rechtshandeling hiervoor een nadere uitwerking bevat. De rechtspersoon met een overheidstaak is gehouden om tevoren duidelijk te maken aan de hand van welke criteria hij bepaalt of het BIBOB-instrumentarium zal worden ingezet, zulks met het oog op de kenbaarheid. In de algemene voorwaarden kan worden opgenomen dat een BIBOB-toets, met het oog op deze criteria, kan worden uitgevoerd. Ingevolgde artikel 32 van de Wet BIBOB dient de betrokkene op de hoogte te worden gesteld van het feit dat bij het Landelijk Bureau BIBOB om een advies wordt verzocht. In de definitiebepaling van artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet BIBOB is aangegeven welke rechtspersonen met een overheidstaak een BIBOB-advies kunnen aanvragen. Dit zijn dezelfde rechtspersonen die bij aanbestedingen BIBOB kunnen toepassen.

Waar wordt onderzoek naar gedaan?

Het Landelijk Bureau BIBOB adviseert over de mate van gevaar dat de vastgoedtransactie wordt gebruikt om crimineel verkregen vermogen te benutten en over de mate van gevaar dat de onroerende zaak wordt gebruikt om strafbare feiten te plegen. Het gevaar wordt bij vastgoedtransacties op dezelfde manier bepaald als bij vergunningen.

Het Landelijk Bureau BIBOB zal in het advies of tijdens de ondersteuning na het uitbrengen daarvan niet kunnen beoordelen of de onderhandelingen rechtmatig kunnen worden afgebroken of een overeenkomst kan worden ontbonden. Los van het feit dat deze kwestie buiten de taakomschrijving en buiten de formele expertise van het Landelijk Bureau BIBOB valt, hangt bijvoorbeeld het rechtmatig afbreken van onderhandelingen onder meer af van de wijze waarop de partijen zich jegens elkaar hebben gedragen. Aangezien het Landelijk Bureau BIBOB niet aanwezig is geweest bij die onderhandelingen, kan het zich over het gevolg van een BIBOB-procedure geen oordeel vormen.

Contractsvrijheid

Waar bij vergunningen geldt dat deze in beginsel verleend dient te worden, tenzij er sprake is van een weigeringsgrond in een wettelijke regeling, staat bij vastgoedtransacties het uitgangspunt van de contractsvrijheid voorop. Dit impliceert dat het de partijen in beginsel vrij staat om een overeenkomst aan te gaan met wie zij willen, op welk moment zij dat doen en om te bepalen wat de inhoud van de overeenkomst is.

Begrenzing

De contractsvrijheid is echter niet absoluut en wordt voor de overheid beperkt door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Artikel 3:14 BW bepaalt dat een bevoegdheid die iemand krachtens het burgerlijk recht toekomt, niet mag worden uitgeoefend in strijd met de geschreven of ongeschreven regels van het publiekrecht. Volgens de Hoge Raad dient een overheidslichaam bij de uitoefening van zijn bevoegdheden uit een erfpachtverhouding bijvoorbeeld het gelijkheidsbeginsel in acht te nemen. Overige relevante beginselen zijn onder meer het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. Ingevolgde het motiveringsbeginsel dient een besluit te berusten op een deugdelijke motivering. Het niet-aangaan van een overeenkomst zal daarom diene te owrde gemotiveerd door de rechtspersoon met overheidstaak. In de Wet BIBOB wordt deze motiveringsplicht nog een benadrukt, doordat de betrokkene expliciet het recht op het geven van een zienswijze heeft, indien de overeenkomst niet zou worden aangegaan (artikel 33 Wet BIBOB). Ingevolge het zorgvuldigheidsbeginsel vergaart het bestuursorgaan bij de voorbereiding van een besluit de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen. De rechtspersoon met overheidstaak die ervoor kiest geen overeenkomst aan te gaan op basis van het eigen onderzoek of na een BIBOB-advies, zal de beslissing dus zorgvuldig moeten voorbereiden.

Daarnaast geldt voor alle partijen (dus niet alleen voor overheidsinstanties) een aantal beperkingen met betrekking tot de inhoud van een vastgoedtransactie. Een rechtshandeling die strijdig met de goede zeden, de openbare orde of met een dwingende wetsbepaling is, is nietig dan wel vernietigbaar. Bovendien kan een bepaling buiten toepassing blijven, indien de gevolgen daarvan in de concrete omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zijn.

Afbreken van onderhandelingen en de Wet BIBOB

Met het oog op het beginsel van de contractsvrijheid heeft de wetgever opengelaten welk gevolg er aan een BIBOB-advies kan worden verbonden. Voor het antwoord op die vraag is de rechtspersoon met overheidstaak aangewezen op de regels van het verbintenissenrecht, inclusief de relevante jurisprudentie.

Met andere woorden: de conclusie over de mate van gevaar (al dan niet onderbouwd door een advies van het Landelijk Bureau BIBOB) hoeft niet doorslaggevend te zijn bij de beslissing omtrent het aangaan van de vastgoedtransactie. Die beslissing dient primair genomen te worden tegen de achtergrond van de regels van het leerstuk van de pre-contractuele fase en pre-contractuele aansprakelijkheid. Kort samengevat houden deze in dat de onderhandelende partijen zich jegens elkaar moeten gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid, hetgeen meebrengt dat zij hun gedrag mede dienen te laten bepalen door elkaars gerechtvaardigde belangen. Dit kan impliceren dat het afbreken van de onderhandelingen onaanvaardbaar is, omdat de wederpartij het gerechtvaardigde vertrouwen mocht hebben dat de overeenkomst tot stand zou komen. Of dat zo is, hangt af van het verloop van de onderhandelingen en de mate waarin de afbrekende partij aan het vertrouwen heeft bijgedragen. Voor zover er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen, kan de afbrekende partij bijvoorbeeld worden veroordeeld tot het betalen van schadevergoeding aan de wederpartij.

In hoeverre onderhandelingen als gevolg van een BIBOB-procedure kunnen worden afgebroken, hangt dus af van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer van belang is of de wederpartij tijdig op de hoogte is gesteld dat Wet BIBOB zou worden toegepast en wist onder welke omstandigheden en bij welke uitkomsten van het BIBOB-onderzoek de onderhandelingen konden worden afgebroken.

Tegen deze achtergrond is het niet ondenkbaar dat een BIBOB-advies met een ernstig gevaar conclusie onder bepaalde omstandigheden onvoldoende grondslag biedt om de onderhandelingen af te breken, bijvoorbeeld indien de rechtspersoon met overheidstaak steeds de indruk heeft gewekt dat de overeenkomst hoe dan ook tot stand zou komen.

Anderzijds is het verdedigbaar dat onder bepaalde omstandigheden de onderhandelingen wel rechtmatig worden afgebroken na een BIBOB-advies met een mindere mate van gevaar conclusie. Omdat een dergelijk rechtsgevolg niet vanzelfsprekend is, rust er een zware motiveringsplicht op de rechtspersoon met overheidstaak; er zal aannemelijk dienen te worden gemaakt dat er zwaarwegende redenen zijn om de vastgoedtransactie niet aan te gaan. Eenzelfde afweging geldt voor de situatie dat het advies strekt tot geen gevaar, terwijl uit dat advies feiten blijken die vanwege het strikte kader van artikel 3 Wet BIBOB niet bijdragen aan de mate van gevaar, maar naar het oordeel van de rechtspersoon met overheidstaak wel een substantieel integriteitsrisico vormen. Er zal dan overtuigend gemotiveerd dienen te worden dat en waarom het redelijk is om de transactie niet aan te gaan. Bovendien moet deze mogelijkheid in een vroeg stadium van de onderhandelingen gecommuniceerd worden.

Om te voorkomen dat onderhandelingen onrechtmatig worden afgebroken, verdient het aanbeveling om een BIBOB-beleidsregel op te stellen, waarin duidelijkheid wordt verschaft over de wijze waarop de Wet BIBOB dient te worden toegepast.

Verklaring omtrent het gedrag – Toetsing aan Algemene Screening Profielen

Toetsing aan Algemene Screening Profielen

01 Informatie

Het risicogebied informatie beoogt de maatschappelijke risico’s in kaart te brengen die zich kunnen voordoen indien men in een functie of bezigheid toegang heeft tot systemen dan wel tot informatie. Het betreft hier de bevoegdheid tot het raadplegen en/of het bewerken van deze systemen.Onder dit risicogebied valt ook het omgaan met gevoelige dan wel vertrouwelijke informatie. Voorts betreft dit het toegang hebben tot of kennis dragen van veiligheidssystemen, controlemechanismen en verificatieprocessen.
Indien men het beheer heeft over of bijzondere bevoegdheden heeft bij systemen, bestaat het risico dat deze systemen misbruikt worden voor de verspreiding van bijvoorbeeld kinderpornografie. Bij het omgaan met gevoelige dan wel vertrouwelijke informatie kan deze informatie misbruikt worden, bijvoorbeeld om iemand te chanteren. Bedrijfs- of beroepsgeheimen kunnen worden gestolen of informatie kan worden gelekt. Bedrijfsprocessen kunnen worden ontregeld door bijvoorbeeld vernieling of sabotage.

02 Geld

Het risicogebied geld beoogt de maatschappelijke risico’s in kaart te brengen die zich voor kunnen doen indien men in een functie of bezigheid de beschikking heeft over geld. Onder dit risicogebied valt het omgaan met contante en/ of girale gelden en/of (digitale) waardepapieren en het hebben van budgetbevoegdheden.
Bij dit risicogebied wordt gescreend op onder andere het risico van diefstal en verduistering. Verder bestaat het risico van vervalsen en het risico van witwassen.

03 Goederen

Het risicogebied goederen beoogt de maatschappelijke risico’s in kaart te brengen die zich voor kunnen doen bij het bewaken van productieprocessen en bij het beschikken over goederen. Onder dit laatste wordt ook verstaan het laden en lossen, het inpakken en het opslaan van goederen. Verder valt onder dit risicogebied het voorhanden hebben van stoffen, objecten of voorwerpen, die bij oneigenlijk of onjuist gebruik een risico vormen voor mens (en dier).
Bij het bewaken van productieprocessen kunnen risico’s zich verwezenlijken door het onzorgvuldig omgaan met voedingsmiddelen, chemicaliën of andere stoffen, hetgeen een risico voor de volksgezondheid betekent. Door vernieling of sabotage bestaat het risico dat bedrijfsprocessen worden ontregeld waardoor de (economische belangen) van bedrijven kunnen worden geschaad. Het beschikken over goederen kan risico’s met zich meedragen die tot uitdrukking kunnen komen in diefstal of verduistering, vernieling of vervalsing van goederen. Maar ook misbruik ten eigen bate en het in gevaar brengen van goederen valt er onder.
Door oneigenlijk of onjuist gebruik van stoffen, voorwerpen of objecten kan de veiligheid en het welzijn van personen en dieren in gevaar worden gebracht en bestaat onder meer het risico van milieudelicten.

04 Diensten

Het risicogebied “diensten” beoogt de maatschappelijke risico’s in kaart te brengen die zich voor kunnen doen indien kennis en bevoegdheden, voortvloeiend uit deze dienstverlening, worden misbruikt. 
Dienstverlening zoals advies, schoonmaak, catering en onderhoud valt onder dit risicogebied. Afhankelijk van de aard en de locatie van de dienstverlening kan het risico van verduistering, diefstal, milieudelicten of het misbruik van vertrouwelijke informatie aanwezig zijn. Indien sprake is van klantcontact, bestaat tevens het risico van gewelds- en zedenmisdrijven. Het verlenen van diensten in de persoonlijke leefomgeving valt ook onder dit risicogebied. Hierbij vindt het klantcontact in de persoonlijke woon- en leefomgeving plaats.

05 Zakelijke contracten

Het risicogebied zakelijke transacties beoogt de maatschappelijke risico’s in kaart te brengen die zich voor kunnen doen bij het aangaan en het onderhouden van zakelijke contacten. Dit risicogebied omvat onder andere overleg over offertes, advisering en bemiddeling, het voeren van onderhandelingen en het afsluiten van contracten.
Het gevaar is aanwezig van omkoping, verduistering en chantage (afdreiging). Bedrijfs- of beroepsgeheimen kunnen worden gestolen en informatie kan worden gelekt.

06 Proces

Het risicogebied proces beoogt de maatschappelijke risico’s in kaart te brengen die zich voor kunnen doen indien macht over processen wordt misbruikt. Onder dit risicogebied vallen werkzaamheden zoals het onderhouden, ombouwen en bedienen van (productie)machines, apparaten en voertuigen. Daarnaast valt onder dit risicogebied het (rijdend) vervoer van goederen, productie, post en pakketten, anders dan het intern transport binnen het bedrijf. Het vervoer van personen valt ook onder dit risicogebied.
Als gevolg van sabotage en vernieling kunnen vitale bedrijfsprocessen worden ontregeld. De veiligheid van personen en goederen kan hierdoor in gevaar worden gebracht.
Bij het rijdend vervoer van grondstoffen en producten en het bezorgen van post en pakketten bestaat het gevaar van diefstal, verduistering en verkeers(gerelateerde) delicten.
Bij het vervoer van personen bestaat de mogelijkheid van het in gevaar brengen van personen door bijvoorbeeld het overschrijden van de maximum snelheid, rijden onder invloed, agressief rijgedrag of overige verkeers(gerelateerde) delicten. Bij het vervoer van personen is tevens het risico aanwezig van diefstal en gewelds- en zedendelicten.

07 Aansturen organisatie

Het risicogebied aansturen organisatie beoogt de maatschappelijke risico’s in kaart te brengen die zich voor kunnen doen indien macht over organisaties en de daaraan verbonden personen wordt misbruikt. Dit risicogebied omvat het aansturen van medewerkers en het aansturen van de organisatie. Managers, bedrijfsleiders en filiaalhouders vallen onder dit risicogebied.
Door de positie van deze functionarissen in de organisatie bestaat het gevaar van misbruik van bevoegdheden zoals afpersing, diefstal, verduistering en valsheid in geschrifte. Als gevolg van een onjuiste of onzorgvuldige bedrijfsvoering kan de veiligheid en het welzijn van personen in gevaar gebracht worden.

08 Personen

Het risicogebied personen heeft tot doel om de kwetsbaren in de samenleving te beschermen. Kwetsbare personen zijn minderjarigen en hulpbehoevenden, zoals ouderen en gehandicapten.
Personen die werkzaam zijn met minderjarigen zijn belast met de zorg en het welzijn van deze minderjarigen. Zij kunnen in een één-op-één relatie komen te verkeren met minderjarigen die aan hun zorg zijn toevertrouwd. In deze relatie kan sprake zijn van een (tijdelijke) afhankelijkheid. Bovendien hebben deze personen een voorbeeldfunctie en kunnen zij invloed uitoefenen op de aan hen toevertrouwden door middel van hun gedragingen, waardoor bijvoorbeeld vermogensdelicten en overtredingen van de Opiumwet niet met de functie zijn te verenigen. Indien men in de uitoefening van de functie met minderjarigen in aanraking komt, bestaat het gevaar van machtsmisbruik. Het risico van zeden- en geweldsdelicten is aanwezig. Ook het gevaar van afpersing of chantage is aanwezig.
Personen die werkzaam zijn in de omgeving van hulpbehoevenden hebben een vertrouwenspositie. Het risico bestaat dat deze personen misbruik maken van hun bevoegdheden en het in hun gestelde vertrouwen. Eveneens bestaat het gevaar van machtsmisbruik. Het risico van zeden- en geweldsdelicten is ook in dit geval aanwezig. Datzelfde geldt voor het gevaar van afpersing of chantage (afdreiging). Hulpbehoevenden zouden in aanraking kunnen komen met verboden verdovende middelen en eigendommen van deze personen zouden kunnen worden gestolen of verduisterd.

Weigering Verklaring omtrent het gedrag voor het profiel: Politieke Ambtsdrager

Dit screeningsprofiel geldt voor alle aspirant-volksvertegenwoordigers, -wethouders en -gedeputeerden. Onder volksvertegenwoordigers worden in deze verstaan (aspirant)leden van de Eerste en Tweede Kamer, het Europees Parlement, raads- en statenleden en het algemeen bestuur van waterschappen. Bij de toets aan dit screeningsprofiel geldt een terugkijk-termijn van tien jaren.
Om de integriteit van (potentiële) volksvertegenwoordigers, -wethouders en -gedeputeerden zo goed mogelijk te borgen is gekozen voor een screeningsprofiel, waarin een hoge mate van integriteit beoordeeld wordt. Aspirant-volksvertegenwoordigers zijn belast met vertegenwoordiging van het volk en vervullen in die hoedanigheid een controlerende functie ten opzichte van het (dagelijks) bestuur en zijn belast zijn met het maken van (initiatief) wetten. Aspirant-wethouders en -gedeputeerden geven sturing aan beleidsvorming op specifieke terreinen en dragen verantwoordelijkheid voor de begroting. Compromitterende situaties moeten worden vermeden, want deze doen afbreuk aan het gezag en vertrouwen. Gezag en vertrouwen zijn de pijlers waarop de positie van volksvertegenwoordigers, wethouders en gedeputeerden is gefundeerd. Om die reden worden zeer hoge eisen gesteld aan de betrouwbaarheid van personen die in aanmerking willen komen voor een dergelijke functie. Derhalve wordt verwacht dat zij terdege strafrechtelijk integer zijn.
Een (aspirant) volksvertegenwoordiger, wethouder of gedeputeerde heeft een bijzondere positie ten opzichte van zijn/haar medeburgers. Door een niet-integere houding kan misbruik worden gemaakt van -en afbreuk worden gedaan aan- deze bijzondere positie. Hierom wordt van hen strikte naleving van de wettelijke voorschriften verlangd.
Eén van de kenmerken van de functie van aspirant-volksvertegenwoordiger, -wethouder en -gedeputeerde is dat wordt omgegaan met zeer gevoelige informatie. Het omgaan met gevoelige informatie brengt het risico met zich mee van misbruik van gegevens, onzorgvuldig omgaan met gegevensdragers, het lekken van informatie, afpersing, afdreiging, vervalsing etc. Als politicus bestaat ook het gevaar van omkoping of door de verkregen informatie zichzelf een voordeel te verschaffen.Indien blijkt dat de aspirant-volksvertegenwoordiger, -wethouder of -gedeputeerde in de voorgeschreven terugkijk-termijn voorkomt en/of is veroordeeld voor feiten die verband houden met de functieaspecten geld, goederen en/of personen zegt dat in negatieve zin iets over zijn/haar kwetsbaarheid en integriteit om als politieke ambtsdrager op te kunnen treden.

Wettelijk kader

Artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (hierna WJSG) bepaalt dat een VOG wordt afgegeven als er na onderzoek niet is gebleken van bezwaren tegen de aanvrager. Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met het risico voor de samenleving in verband met het doel waarvoor de VOG is aangevraagd. Ook worden de belangen van betrokkene meegewogen. 
Artikel 35 van de WJSG bepaalt dat de afgifte van een VOG wordt geweigerd als in de justitiële documentatie over de aanvrager een strafbaar feit is vermeld dat, indien het zou worden herhaald, een behoorlijke uitoefening van de taak of de bezigheden waarvoor de VOG wordt gevraagd in de weg zal staan. Dit vanwege het risico voor de samenleving en de overige omstandigheden van het geval. 
Artikel 36 van de WJSG bepaalt dat in het onderzoek kennis kan worden genomen van alle justitiële gegevens uit de justitiële documentatie van de aanvrager en van gegevens uit de politieregisters. Het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens bepaalt dat veroordelingen, transacties, openstaande strafzaken en sepots worden aangemerkt als justitiële gegevens. 
De Beleidsregels VOG-NP-RP-2013, STCRT 1 maart 2013, nr. 5409 (hierna de beleidsregels) bevatten nadere regels over het beoordelen van aanvragen voor een VOG.

Beoordeling van de aanvraag

Voor de beoordeling van een aanvraag geldt een terugkeertermijn van vijf (5) jaren. Indien iemand binnen deze terugkeertermijn voorkomt in de justitiële documentatie, zal de Staatssecretaris diens gegevens zonder tijdsbeperking uit het JDS ontvangen. Indien iemand binnen de van toepassing zijnde terugkeertermijn voorkomt in het JDS worden ingevolge paragraaf 3.1.1. van de beleidsregels ook alle overige voor de aanvraag relevante justitiële gegevens die buiten de terugkeertermijn liggen bij de beoordeling betrokken. Aan zulke strafbare feiten komt, nu deze buiten de terugkeertermijn hebben plaatsgevonden, onvoldoende gewicht toe om zelfstandig ten grondslag te worden gelegd aan de beoordeling van de VOG-aanvraag. Deze strafbare feiten worden echter wel betrokken bij de subjectieve criteria en zullen derhalve een rol spelen bij de belangenafweging. Op grond van zowel binnen als buiten de termijn aangetroffen strafbare feiten wordt een inschatting gemaakt van het risico dat de aanvrager opnieuw met justitie in aanraking komt.

Objectieve- en Subjectieve Criteria

De beoordeling van een aanvraag om toewijzing van een VOG begint met toetsing aan het objectieve criterium. Het gaat erom of de justitiële gegevens die zijn aangetroffen in het JDS van de aanvrager, indien herhaald, gelet op het risico voor de samenleving, een belemmering vormen voor een behoorlijke uitoefening van de functie of bezigheden waarvoor de VOG is aangevraagd. Indien aan het objectieve criterium zou zijn voldaan, is in beginsel de grondslag voor weigering van de VOG gegeven.
Bij de beoordeling van het subjectieve criterium wordt vervolgens bezien of in de omstandigheden van het geval aanleiding behoort te worden gezien om toch over te gaan tot afgifte van de gevraagde VOG. Bij de beoordeling wordt gekeken naar het tijdsverloop sinds iemand met justitie in aanraking is gekomen. Hoe recenter dit justitiecontact is, hoe zwaarder het wordt meegewogen in de beoordeling.

EnglishTurkeyFrenchDutchPoland