Wat zijn de mogelijkheden van strafrechtelijke vervolging van de overheden in de zaak Enschede? – Deel 1

Inleiding

Op zaterdagmiddag 13 mei 2000 vond bij het vuurwerkbedrijf SE Fireworks aan de Tollensstraat in Enschede een zeer zware vuurwerkontploffing plaats. Deze vuurwerkontploffing had ongekende gevolgen. Bij deze ramp kwamen 22 personen om het leven en raakten ongeveer 950 mensen gewond, van wie een aantal zeer ernstig. De ontploffing richtte een enorme ravage aan in de wijde omtrek van het vuurwerkbedrijf. Ruim 200 woningen werden verwoest. Nog eens bijna 300 woningen raakten zwaar beschadigd en werden door de Gemeente onbewoonbaar verklaard. In totaal verloren ongeveer 1.250 personen hun onderkomen als gevolg van deze ramp. Een aantal van hen raakte al of bijna al zijn bezittingen kwijt. Niet alleen woningen werden getroffen, maar ook zo’n 50 bedrijfsgebouwen raakten zwaar beschadigd of onherstelbaar beschadigd. Ook buiten het eigenlijke rampgebied was de schade aan de woningen enorm. Tot ver in de omgeving waren er ruiten gesneuveld. Volgens schatting van Gemeente Enschede raakten ruim 1.500 woningen buiten het rampgebied beschadigd (Zie bijlagen 1 t/m 4).[1] De totale schade bedroeg naar schatting honderden miljoenen Euro’s.[2]

Naar aanleiding van deze afschuwelijke ramp werd de Commissie Onderzoek Vuurwerkramp, ook wel Commissie Oosting genoemd, ingesteld. Deze Commissie kreeg tot taak onderzoek te doen naar de oorzaak, de toedracht en de bestrijding van de vuurwerkontploffing en de directe gevolgen die deze ramp heeft gehad, alsmede naar de organisaties en de eerste uitvoering van de zorg voor de door de ramp getroffenen. Op 23 februari 2001 heeft de desbetreffende Commissie haar Eindrapport aangeboden. Dit Eindrapport maakt duidelijk, dat SE Fireworks, Gemeente Enschede en het Rijk alle drie schuld hebben aan deze verschrikkelijke ramp. [3] Daarentegen, in de strafzaken, die plaatsvonden op 2 april 2002, naar aanleiding van deze vuurwerkramp werden slechts SE Fireworks en hen eigenaren strafrechtelijk vervolgd en veroordeeld. [4] Zowel het Rijk als Gemeente Enschede werden niet strafrechtelijk vervolgd. De bovenstaande situatie maakt de kwestie omtrent de strafbaarheid van de overheid weer erg actueel, en inspireerde mij om die reden tot de volgende probleemstelling ‘Wat zijn de mogelijkheden van strafrechtelijke vervolging van de overheden in de zaak Enschede?’ Vervolgens sluiten daarbij aan de volgende deelvragen, namelijk 1. Wat is in Nederland de praktijk inzake de strafrechtelijke vervolging van overheden? (Hoofdstuk II), 2. Wat voor handelingen hebben de overheden verricht of nagelaten in de zaak Enschede? (Hoofdstuk III), 3. Kunnen deze overheden op basis van de huidige jurisprudentie strafrechtelijk worden vervolgd voor het verrichten dan wel nalaten van bepaalde handelingen? (Hoofdstuk IV), en 4. In hoeverre mag deze huidige jurisprudentie doorslaggevend zijn voor het al dan niet strafrechtelijk vervolgen van de overheden in de zaak Enschede? (Hoofdstuk V) In Hoofdstuk VI geef ik mijn conclusie weer.


[1] Commissie onderzoek vuurwerkramp (2002), p. 27; Polak (2001), p. 1649; www.volkskrant.nl

[2] Commissie onderzoek vuurwerkramp (2002), p. 27; Kruijer (2000), p. 1707; www.volkskrant.nl

[3] Polak (2001), p. 1649

[4] RB Almelo 2 april 2002 LJN AE 9034/AE 9035

Leave a Reply:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *