Grensoverschrijdende fraudes met de export van oud-ijzer en andere metalen. Een juridische analyse (samenvatting)

Het Nederlandse bedrijf [BEDRIJF X], statutair gevestigd te [PLAATSNAAM], verzamelt en koopt op oud-ijzer en andere metalen. Dit metaal wordt verscheept per containerschip naar Azië en wordt aldaar verkocht aan o.a. het Chinese bedrijf [BEDRIJF Y]. Dit geschiedt op basis van een order bij een handelsagent. De handelsagent dealt voor €100,-, met overpayment van €25,-. Dit resulteert in een totaalbedrag van €125,-. Vanuit Nederland stuurt [BEDRIJF X] een factuur van €125,- naar [BEDRIJF Y]. Dientengevolge komt er geldstroom opgang, waarbij [BEDRIJF Y] €125,- betaalt aan [BEDRIJF X]. Uit de bedrijfsadministratie van [BEDRIJF X] blijkt echter dat de zakelijke prijs €100,- bedraagt en dat [BEDRIJF Y] telkens €25,- te veel zou betalen. [BEDRIJF X] stort telkens een bedrag van €25,- op een bankrekeningnummer van een bank in de Verenigde Arabische Emiraten. Daarvoor wordt een creditnota opgesteld, welke gericht is aan [BEDRIJF Y]. Deze creditnota zit weliswaar in de bedrijfsadministratie [BEDRIJF X], maar werd nooit verstuurd aan [BEDRIJF Y] in China. 

De kwestie betreft nu, dat: 

  1. een factuur en een creditnota elkaar tegenspreken voor wat betreft de betalingen tussen [BEDRIJF X] en [BEDRIJF Y]; 
  2. [BEDRIJF Y] telkens een bedrag teveel betaalt, zegge €25,-; en  
  3. [BEDRIJF X] telkens een bedrag €25,- stort op een rekeningnummer van een bank in de Verenigde Arabische Emiraten, waarvan de rekeningnummerhouder onbekend is. 

De bovenstaande gedragingen van [BEDRIJF X] kunnen strafrechtelijk gesanctioneerd worden, indien de gedragingen overeenkomen met de inhoud van de delicten: 

  • “Valsheid in geschrift” 
  • “Passieve en actieve omkoping van anderen dan ambtenaren” en/of 
  • “Witwassen” 

In de eerste plaats is er mogelijke sprake van “Valsheid in geschrift”. Aan de inhoud van de delictsomschrijving van artikel 225 lid 1 Sr wordt geheel voldaan. Zowel de factuur als de creditnota beschikken over de innerlijke en uiterlijke kenmerken van een geschrift. Beiden hadden de bestemming om als bewijs van enig feit te dienen, hetgeen ten overvloede ondersteund wordt door het feit, dat beiden waren opgenomen in de bedrijfsadministratie van [BEDRIJF X]. Eén van beiden is valselijk opgemaakt, gezien de inhoud niet de werkelijkheid weerspiegelt en/of er nagelaten is bepaalde zaken op het desbetreffende geschrift te melden. Dit valselijk opmaken van een factuur of creditnota geschiedde willens en wetens, hetgeen inhoud: met het volle besef van z’n eigen wil en/of het volle besef van de strekking van het valselijk opmaken, die in het verlengde van diens wil gelegen is. 

In de tweede plaats is er mogelijk sprake van “Passieve en actieve omkoping van anderen dan ambtenaren”. Aan de inhoud van de delictsomschrijving van artikel 328ter Sr wordt geheel voldaan. De passieve omkoping van een werknemer of het bestuur van [BEDRIJF X] zou kunnen bestaan bestond uit het aannemen van een gift, zegge €25,-, verstrekt door [BEDRIJF Y] met het oogmerk dat [BEDRIJF X] metaal richting de firma [BEDRIJF Y] zou verschepen. De actieve omkoping van [BEDRIJF Y] door [BEDRIJF X], waarbij [BEDRIJF X] telkens €25,- als gift overgemaakt naar een rekeningnummer van een bank in de Verenigde Arabische Emiraten, die mogelijkerwijs het rekeningnummer betreft van [BEDRIJF Y] of van diens bestuur. Deze gift leidt weer tot een tegenprestatie van het Chinese bedrijf, namelijk het aanvaarden van het verscheepte metaal. Indien er een gift zou zijn gedaan van [BEDRIJF Y] aan [BEDRIJF X], dan is niet noodzakelijk, dat een werknemer of bestuurder van [BEDRIJF X] daarbij voldoet aan enige gradatie van schuld variërend van dolus tot culpa. Indien er een gift zou zijn gedaan door [BEDRIJF X] aan [BEDRIJF Y] dan dient er sprake te zijn van bewuste of onbewuste schuld. Mijns inziens is er sprake van bewuste schuld, gezien de grove of aanmerkelijke onvoorzichtigheid t.a.v. de gedraging. 

In de derde plaats is er mogelijk sprake van “Opzet-witwassen”. Aan de inhoud van de delictsomschrijving van artikel 420bis wordt geheel voldaan. Er is door [BEDRIJF X] geld, zegge €25,-, gestort op een rekeningnummer van een bank in de Verenigde Arabische Emiraten. Onbekend is echter wie de rekeningnummerhouder is. Dit geld is als voorwerp direct uit een misdrijf verkregen, namelijk.: 

  • Een valse opmaking van een factuur of creditnota, strafbaar gesteld in artikel 225 lid 1; en/of 
  • Een passieve omkoping, strafbaar gesteld in artikel 328ter lid 2 Sr 

Er is daadwerkelijk sprake van een voorhanden hebben en/of overdragen van een uit misdrijf verkregen voorwerp. Indien er sprake zou zijn van recidive, dan spreekt men van Gewoonte-witwassen, omschreven in artikel 240ter Sr. Gewoonte-witwassen is de specialis t.o.v de generalis Opzet-witwassen. 

Voor een nadere juridische analysering en becommentariëring verwijs ik gaarne naar het onderzoek.