Seksueel geweld in Coronatijd

Aanranding, verkrachting, seksueel misbruik door hulpverleners, seksueel misbruik van kinderen, het zijn allemaal vormen van seksueel geweld. Seksueel geweld wordt soms gepleegd door onbekenden, maar nog veel vaker door bekenden, en vaak in afhankelijkheidsrelaties. Seksueel misbruik leidt over het algemeen tot ernstige schade: veel slachtoffers ontwikkelen ernstige psychische klachten, zoals angststoornissen; herbelevingen; of depressieve klachten.

Voor slachtoffers is het meestal moeilijk om met hun verhaal naar buiten te komen. Zo kan daarbij schaamte een rol spelen, maar ook de angst om niet geloofd te worden, of een zekere mate van loyaliteit ten opzichte van degene die het misbruik heeft gepleegd. Plegers van seksueel misbruik zetten slachtoffers meestal onder druk om het seksuele contact geheim te houden, en proberen slachtoffers vaak mede verantwoordelijk te maken. Dientengevolge kan het misbruik doorgaan. Het is van belang het stilzwijgen te doorbreken, en over het misbruik te praten met iemand die je vertrouwt, zoals een bekende, een vertrouwenspersoon op school of werk, een hulpverlener of een medewerker van het Steunpunt Huiselijk Geweld.

Lees verder:

Huiselijk geweld in Coronatijd

Huiselijk geweld is een vorm van geweld dat plaatsvindt in de privésfeer. Het wordt veelal gepleegd door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer, bijvoorbeeld een partner, een ouder of een kind. Daar er sprake is van een familiaire of affectieve relatie tussen dader en slachtoffer wordt deze vorm van geweld ook wel relationeel geweld genoemd. Een essentieel kenmerk van huiselijk geweld is dat er altijd sprake is van een machtsverschil tussen de dader en het slachtoffer.

Lees verder:

Recht op omgang met het kind in coronatijd

Raymond en Kim hebben elkaar vier jaar geleden tijdens een vakantietrip leren kennen. Het was liefde op het eerst gezicht. Eenmaal in Nederland teruggekomen besloten Raymond en Kim om na een aantal maanden samen te gaan wonen. Twee jaar later zijn Raymond en Kim de ouders geworden van Job. Op het moment dat de eerste coronagolf uitbrak en Raymond en Kim samen met Job 24/7 bij elkaar waren begonnen er scheurtjes te ontstaan in de relatie. Deze zomer hebben Raymond en Kim er voor gekozen om uit elkaar te gaan, waarna zij zich samen hebben gewend tot een mediator om afspraken te maken. Ten aanzien van Job geldt dat hij bij Kim zijn hoofdverblijf heeft. Daarnaast heeft hij iedere week omgang met Raymond waarbij hij iedere week van donderdagochtend tot zaterdagavond bij Raymond verblijft. Raymond geniet ieder moment dat Job bij hem is. Echter, tot grote schrik van Raymond heeft Kim vorig weekend aangegeven dat Job geen contact meer mag hebben met Raymond. Uit het niets wordt Raymond er van beschuldigd dat hij tijdens de omgangsmomenten drugs zou gebruiken. Ten einde raad heeft Raymond vandaag contact met mij gezocht.

READ MORE

Kan een kroegbaas de alimentatieverplichting wijzigen c.q. stopzetten tijdens de tweede coronagolf?

Vorige week woensdag heeft Bertrandt contact met mij opgenomen. Bertrandt is de eigenaar van een leuk goedlopend bruincafé dat gevestigd is op de Korenmarkt in Arnhem. Vanaf 14 oktober 2020 moest Betrandt zijn bruincafé wederom sluiten. Inmiddels is het bruincafé van Bertrandt nu bijna vier maanden gesloten. Bijna vier maanden lang heeft Bertrandt geen omzet gedraaid. Bertrandt is aldus in grote onzekerheid omtrent zijn financiële situatie, voorgaande zorgt bij Bertrandt voor slapeloze nachten. Hierbij speelt ook dat Bertrandt niet alleen als ondernemer, maar ook als vader van Luna, financiële verplichten heeft. Immers, Bertrandt is zeven jaar geleden gescheiden van Chantal. Bertrandt en Chantal zijn met behulp van een advocaat overeengekomen dat Bertrandt iedere maand ten aanzien van de kinderalimentatie een bedrag van € 450,00 aan Chantal dient te voldoen. Nu Bertrandt in verband met het Coronavirus geen enkele euro meer omzet en het nog maar de vraag is of hij zijn bruincafé kan blijven voortzetten is bij Bertrandt de vraag gerezen of hij  kan stoppen met het betalen van de kinderalimentatie.

READ MORE

Recht op omgang met het kind in coronatijd

Raymond en Kim hebben elkaar vier jaar geleden tijdens een vakantietrip leren kennen. Het was liefde op het eerst gezicht. Eenmaal in Nederland teruggekomen besloten Raymond en Kim om na een aantal maanden samen te gaan wonen. Twee jaar later zijn Raymond en Kim de ouders geworden van Job. Op het moment dat de eerste coronagolf uitbrak en Raymond en Kim samen met Job 24/7 bij elkaar waren begonnen er scheurtjes te ontstaan in de relatie. Deze zomer hebben Raymond en Kim er voor gekozen om uit elkaar te gaan, waarna zij zich samen hebben gewend tot een mediator om afspraken te maken. Ten aanzien van Job geldt dat hij bij Kim zijn hoofdverblijf heeft. Daarnaast heeft hij iedere week omgang met Raymond waarbij hij iedere week van donderdagochtend tot zaterdagavond bij Raymond verblijft. Raymond geniet ieder moment dat Job bij hem is. Echter, tot grote schrik van Raymond heeft Kim vorig weekend aangegeven dat Job geen contact meer mag hebben met Raymond. Uit het niets wordt Raymond er van beschuldigd dat hij tijdens de omgangsmomenten drugs zou gebruiken. Ten einde raad heeft Raymond vandaag contact met mij gezocht.

Hoe zit het ook al weer?

Een kind altijd het recht heeft op contact met beide ouders. Op het moment dat ouders uit elkaar gaan dienen zij dan ook afspraken te maken op welke dagen het kind bij de ene of bij de andere ouder verblijft. Komen ouders er niet uit dan kan er aan de rechter verzocht worden om een omgangsregeling vast te stellen. Als er een omgangsregeling is overeengekomen c.q. is vastgesteld dan dienen beide ouders deze regeling na te komen. In de case van Raymond mag Kim de omgang tussen Raymond en Job dus niet eigenhandig stopzetten. Indien een ouder dit wel doet dan is het uiteraard noodzaak om aan de andere ouder kenbaar te maken dat u het niet eens bent met het feit dat de omgang is stopgezet en dat u graag wilt zien dat er aan de omgangsregeling weer uitvoering wordt gegeven.

De politie bellen of hulpverlening inschakelen?

Raymond vertelde mij dat hij zelf heeft geprobeerd om tot een oplossing te komen, helaas geeft Kim niet thuis. Gezien het feit dat Raymond radeloos was heeft hij in eerste instantie de hulp van de politie ingeroepen, op basis van onttrekking van het kind aan het ouderlijk gezag van Raymond. De ervaring leert echter dat de politie weinig kan en zal ondernemen, zo ook in het geval van Raymond. De politie heeft in de case van Raymond geprobeerd te bemiddelen, dit echter tevergeefs.

Daarnaast heeft Raymond op advies van de politie de hulpverlening ingeschakeld bij het Centrum voor Jeugd en Gezin. Gezien het feit dat deze vorm van hulpverlening vrijwillig is en Kim nergens aan mee wenst te werken, is ook deze hulp niet van de grond gekomen.

De hulp inschakelen van een advocaat?

Raymond heeft uiteindelijk vrij snel mijn hulp ingeroepen. Mijn advies is aan elke (benadeelde) ouder om hier nooit te lang mee te wachten, immers, hoe langer een kind zijn/haar ouder niet ziet hoe schadelijker dit voor een kind is. Ook ik heb geprobeerd om met Kim in contact te komen om in onderling overleg tot een oplossing te komen. Kim heeft via een eigen advocaat aangegeven dat het beter voor Job is als er geen contact meer is tussen Raymond en Job.

Spoedprocedure

Namens Raymond ben ik een kort geding gestart waarbij ik aan de rechtbank heb gevraagd om Kim te verplichten om de overeengekomen omgangsregeling na te komen. Als verweer bracht Kim naar voren dat zij van mening is dat de omgang tussen Job en Raymond dient te worden ontzegd omdat de omgangsmomenten niet in het belang van Job zouden zijn. Tijdens deze procedure werd Raymond er opnieuw van beschuldigd dat hij drugs zou gebruiken. Middels urinetesten (welke Raymond al voor aanvang van de zitting had gedaan) hebben wij op de zitting kunnen aantonen dat er geen sprake is van drugsgebruik. De rechtbank heeft na de zitting binnen twee weken de uitspraak gedaan en bepaald dat Kim haar medewerking moet geven aan de overeengekomen omgangsregeling. Via het kort geding heb ik dus vrij snel voor Raymond kunnen regelen dat de omgang met Job weer is hervat.

Conclusie

Mocht u als moeder of als vader in eenzelfde situatie zitten als Raymond dan is mijn advies om niet te lang te wachten met het inschakelen van de hulp van een advocaat. Immers, zoals ik al eerder schreef hoe langer een kind zijn of haar ouder niet ziet hoe schadelijker dit is. Tegelijkertijd geldt ook dat er een groot risico bestaat dat de omgang eerst weer langzaam dient te worden opgebouwd indien het kind een ouder lang niet heeft gezien In dit soort situaties duurt het dus veel langer voordat er weer op een frequente basis omgang is. Probeer dit te voorkomen door snel actie te ondernemen zodra de andere ouder de omgang heeft stopgezet.

Het wijzigen van uw achternaam

Regels wijzigen achternaam: gevallen en voorwaarden

Het verzoek tot achternaamswijziging is gebonden aan wettelijke regels. Deze bepalen in welke gevallen een verzoek tot achternaamswijziging kan worden gedaan. Ook de voorwaarden voor toewijzing van een dergelijk verzoek staan in deze regels bepaald.

In de volgende gevallen kan men een verzoek tot achternaamswijziging doen:

  • indien een ouder of verzorger het kind zijn of haar achternaam wil geven;
  • indien een meerderjarig kind de achternaam wil veranderen in die van de andere ouder of verzorger;
  • indien een meerderjarige, die tijdens de minderjarigheid een naamswijziging heeft ondergaan, deze ongedaan wil maken;
  • indien een meerderjarige de naamskeuze van de ouders wil herzien;
  • indien het gaat om een niet-Nederlandse achternaam;
  • indien het gaat om een onwelvoeglijke of bespottelijke achternaam;
  • indien het gaat om een veel voorkomende achternaam;
  • indien het gaat om een onjuist gespelde achternaam;
  • indien men de toevoeging van een achternaam wenst, waarvan kan worden aangetoond dat deze al deel uitmaakte van de familienaam, toen de burgerlijke stand werd ingevoerd;
  • indien men wenst dat de achternaam van de moeder wordt toegevoegd, als deze naam is uitgestorven of met uitsterven wordt bedreigd.

De eerste situatie kan zich voordoen na een scheiding of het verbreken van de buitenhuwelijkse samenleving. Het kind kan dan de naam krijgen van de ouder die het kind verzorgt en opvoedt. Als een ouder het kind samen met een partner (niet-ouder) opvoedt, kan het kind de naam krijgen van de partner. Als een kind wordt opgevoed en verzorgd door pleegouders, kan het kind de naam krijgen van een van de pleegouders.

Degene om wiens naam wordt gevraagd, moet het kind gedurende een bepaalde aaneengesloten periode (onmiddellijk voorafgaand aan het verzoek) hebben verzorgd en opgevoed. Voor kinderen onder de twaalf jaar is deze periode vijf jaar, voor kinderen boven deze leeftijd drie jaar. Bij een verzoek dat meerdere kinderen betreft, waaronder zich een kind bevindt dat jonger is dan twaalf jaar, is de termijn drie jaar.

Beoordeling verzoek achternaamswijziging

Bij de beoordeling van het verzoek staat het belang van het kind voorop. Hierbij spelen onder andere de volgende factoren een rol:

  • is het kind op de hoogte van zijn afkomst?
  • komt de naamswijziging de eenheid van naam in het gezin ten goede?
  • draagt het kind in het dagelijks verkeer de gevraagde naam al en zo ja hoe lang?
  • accepteert het kind de huidige gezinssituatie?
  • welke rol speelt ieder van de ouders in het leven van het kind?
  • hoe is het contact tussen het kind en de ouder wiens naam het heeft?

Wie kan het verzoek tot achternaamswijziging doen?

De wettelijke vertegenwoordiger(s) van het kind doet het verzoek tot achternaamswijziging. Bij minderjarige kinderen zijn dit degenen die het gezag uitoefenen. Het gezag kan worden uitgeoefend door de ouder(s), door de ouder en zijn of haar partner samen, door een voogd of door twee voogden gezamenlijk (dit kunnen de pleegouders zijn). Als het verzoek gedaan wordt door één gezaghebbende wordt de andere ouder gehoord.

Hoe kan een verzoek tot achternaamswijziging worden gedaan?

Het verzoek tot wijziging van de achternaam dient u middels een aanvraagformulier bij DIENST JUSTIS van het Ministerie van Justitie en Veiligheid te ’s-Gravenhage in te dienen.

Vooronderzoek

Een medewerker van Dienst Justis gaat na of het verzoek volledig is. Daarna stelt een ambtenaar van de gemeente van de woonplaats van verzoeker een onderzoek in. De ambtenaar gaat na of de ingediende gegevens juist zijn. De belanghebbenden ontvangen een oproep om te worden gehoord. Na de gehoren, sturen de instanties die het onderzoek uitvoerden de gegevens terug naar Dienst Justis.

Beslissing

Na ontvangst van alle onderzoeksgegevens, vindt de eindbeoordeling plaats. Er vindt een toetsing plaats of het verzoek wel of niet voor toewijzing in aanmerking komt. Bij toewijzing maakt de Minister van Justitie aan de belanghebbenden het voornemen kenbaar om aan Zijne Majesteit de Koning een voordracht te doen voor het Koninklijk Besluit dat de naamswijziging officieel maakt. Na ondertekening van het Koninklijk Besluit, ontvangt de verzoeker enkele weken later een officieel uittreksel van het besluit. Hierin staan alle gegevens van de persoon op wie de naamswijziging betrekking heeft. De ambtenaar van de burgerlijke stand voegt de naamswijziging als latere vermelding toe aan de geboorteakte.

Mogelijkheid van bezwaar en beroep

Een belanghebbende kan tegen voornoemd voornemen bezwaar aantekenen bij de Minister van Justitie. De Minister neemt een beslissing op het bezwaar. Indien de bezwaarde het niet eens is met de beslissing op het bezwaarschrift, dan kan hij in beroep gaan. Dit doet hij bij de sector bestuursrecht van de rechtbank in het arrondissement waarin hij woont. Als de bestuursrechter de bezwaarde in het ongelijk stelt en hij het beroep afwijst, dan kan de bezwaarde nog in hoger beroep gaan bij de Raad van State.

Wanneer bent u definitief gescheiden

Een rechtbank heeft wellicht uw echtscheiding uitgesproken, maar dat betekent nog niet automatisch dat u definitief gescheiden bent.

Inschrijving in de registers van de burgerlijke stand

De echtscheiding is pas definitief als de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand waar u getrouwd bent. In de regel zorgt de advocaat ervoor dat de benodigde stukken worden gestuurd aan de juiste gemeente. Daar u in het buitenland getrouwd bent, dient de echtscheidingsbeschikking te worden ingeschreven in de registers van de gemeente Den Haag.


De datum waarop de ambtenaar van de burgerlijke stand de echtscheiding heeft ingeschreven is de datum waarop u gescheiden bent. De ambtenaar geeft in een brief aan op welke datum deze inschrijving heeft plaatsgevonden.

Vermelding op de huwelijksakte

Wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand de echtscheiding heeft ingeschreven, wordt dit vermeld op de huwelijksakte. U kunt deze akte mét de aantekening van echtscheiding altijd op vragen bij de gemeente waar het huwelijk is gesloten. De akte kan als bewijs dienen dat u gescheiden bent.


Vanaf wanneer is inschrijving mogelijk?

De inschrijving is mogelijk als de echtscheidingsbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan. Met andere woorden, de echtscheidingsbeschikking moet onherroepelijk zijn geworden.

De echtscheidingsbeschikking gaat in beginsel pas  in kracht van gewijsde nadat de hoger beroepstermijn van drie maanden is verstreken zonder dat u en uw echtgenoot hoger beroep tegen de echtscheidingsbeschikking hebben ingesteld. Er mag overigens wél hoger beroep zijn ingesteld tegen de nevenvoorzieningen (bijvoorbeeld de partneralimentatie). Het gaat erom dat er geen hoger beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken.


Na afloop van de termijn van drie maanden kan bij de rechtbank een verklaring van non-appèl worden opgevraagd. Dit is een verklaring waarin de rechtbank aangeeft dat er geen hoger beroep tegen de echtscheiding is ingesteld door één van de partijen. Deze verklaring wordt vervolgens samen met een verzoek tot inschrijving opgestuurd naar de juiste gemeente.


Als u deze drie maanden niet wilt afwachten, kan de inschrijving eerder worden gerealiseerd indien zowel u als uw echtgeno(o)t(e) een zogenaamde akte van berusting tekenen. Met deze akte geven u en uw echtgeno(o)t(e) aan dat u instemt met de beslissing van de rechtbank om de echtscheiding uit te spreken en dat u daartegen geen hoger beroep wenst in te stellen. De aktes van berusting worden vervolgens samen met een afschrift van de echtscheidingsbeschikking opgestuurd naar de juiste gemeente.

Uiterlijke datum van inschrijving

De wet bepaalt niet alleen vanaf wanneer de inschrijving van een echtscheidingsbeschikking mogelijk is, maar geeft ook een uiterlijke datum van inschrijving. De inschrijving dient namelijk te gebeuren binnen zes maanden nadat de echtscheidingsbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan ofwel binnen negen maanden na de datum waarop die echtscheidingsbeschikking door de rechtbank is afgegeven.

Wat zijn de gevolgen van niet tijdige inschrijving?

Als de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking niet tijdig heeft plaatsgevonden, verliest de echtscheidingsbeschikking haar kracht. Met andere woorden, het is dan alsof deze beschikking nooit is afgegeven. Het huwelijk is nog steeds in stand en de echtscheidingsprocedure zal opnieuw gevoerd moeten worden.

Onderhoudsplichten na scheiding

Na een echtscheiding blijven ex-partners in beginsel onderhoudsplichtig voor elkaar. Dit houdt in dat de ex-partners ook na de scheiding verplicht zijn om elkaar financieel te ondersteunen, voor zover dit voor de ex-partners nodig is om de kosten van hun levensonderhoud te kunnen betalen.

Als het huwelijk langer dan vijf jaar heeft geduurd of er tijdens het huwelijk een kind is geboren, duurt de onderhoudsplicht twaalf jaar na de scheiding. Duurde het huwelijk korter dan vijf jaar en zijn er geen kinderen geboren, dan duurt de onderhoudsplicht na de scheiding even lang als de duur van het huwelijk. Was u bijvoorbeeld 3 jaar getrouwd en heeft u tijdens het huwelijk geen kinderen gekregen, dan duurt de onderhoudsplicht 3 jaar nadat u bent gescheiden.

Als de ex-partners tijdens het huwelijk kinderen hebben gekregen, zijn zij verder als ouders onderhoudsplichtig voor deze kinderen, in ieder geval tot achttien jaar en vaak ook nog tot eenentwintig jaar. De ouders moeten dus in ieder geval tot de achttiende verjaardag en in veel gevallen zelfs tot de eenentwingste verjaardag van hun kinderen blijven bijdragen in de kosten van deze kinderen.

Als gevolg van de onderhoudsplichten maken ex-partners vaak afspraken over partner- en kinderalimentatie die na de echtscheiding door de ene ex-partner aan de andere ex-partner moet worden betaald. Deze afspraken worden vervolgens vastgelegd in een echtscheidingsconvenant en/of een ouderschapsplan. Als het partijen niet lukt om afspraken te maken, beslist de rechtbank over de (hoogte van de) kinder- en partneralimentatie.

Participatiewet en bijstandsverhaal
Als iemand onvoldoende financiële middelen heeft voor zijn of haar bestaan, kan deze persoon op grond van de Participatiewet in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als iemand zonder werk komt te zitten en geen recht (meer) heeft op een WW-uitkering. Een bijstandsuitkering kan worden aangevraagd bij de gemeente.

Als de bijstandsgerechtigde een uitkering krijgt in de periode dat de ex-partner nog onderhoudsplichtig is voor de bijstandsgerechtigde of de minderjarige kinderen, kan de gemeente (een gedeelte van) de bijstandsuitkering verhalen op de ex-partner. Dit wordt dan ‘bijstandsverhaal’ genoemd. De ex-partner moet hiervoor natuurlijk wel voldoende financiële draagkracht hebben.

Hoogte van het verhaal
Het bedrag dat de ex-partner in verband met het bijstandsverhaal moet betalen aan de gemeente, is afhankelijk van aan de ene kant de financiële behoefte van de bijstandsgerechtigde en/of de minderjarige kinderen en aan de andere kant het inkomen, de lasten en sociale situatie van de ex-partner.

Niet gebonden aan afspraken
De gemeente is bij het bijstandsverhaal niet gebonden aan de afspraken die de bijstandsgerechtigde en de ex-partner tijdens de echtscheiding of daarna hebben gemaakt over de kinder- en/of de partneralimentatie. Met andere woorden, ook al staat in een door de partijen gesloten overeenkomst dat er over en weer geen partneralimentatie of een (te) laag bedrag aan kinderalimentatie wordt betaald, dan staat het de gemeente nog vrij om de uitkering te verhalen bij de ex-partner.

De gemeente is wél gebonden aan de alimentatieregels die door de rechtbanken, advocaten en mediators gehanteerd worden. Als uit deze regels bijvoorbeeld volgt dat de ex-partner financieel niet in staat is om kinder- en/of partneralimentatie te betalen, kan de gemeente deze ex-partner ook niet aanspreken voor bijstandsverhaal.

De gemeente bepaalt of er wordt verhaald
De wet kent geen verplichting voor gemeenten om de bijstand te verhalen op de ex-partner. Er zijn dan ook gemeenten die ervoor kiezen om de bijstand niet te verhalen, ook al doen ze hiermee hun gemeentekas tekort.

De vier grote gemeenten Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht doen in ieder geval wel aan bijstandsverhaal.

Wanneer bent u definitief gescheiden?

Uiterlijke datum van inschrijving
De wet bepaalt niet alleen vanaf wanneer de inschrijving van een echtscheidingsbeschikking mogelijk is, maar geeft ook een uiterlijke datum van inschrijving. De inschrijving moet namelijk gebeuren binnen zes (6) maanden nadat de echtscheidingsbeschikking in kracht van gewijsde is gegaan ofwel binnen negen maanden na de datum waarop die echtscheidingsbeschikking door de rechtbank is afgegeven.

Wat zijn de gevolgen van niet tijdige inschrijving?
Als de inschrijving van de echtscheidingsbeschikking niet tijdig heeft plaatsgevonden, verliest de echtscheidingsbeschikking haar kracht. Met andere woorden, het is dan alsof deze beschikking nooit is afgegeven. Het huwelijk is nog steeds in stand en de echtscheidingsprocedure zal opnieuw gevoerd moeten worden.

Het belang van een goed ouderschapsplan

Op 1 maart 2009 is de ‘Wet Bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding’ in werking getreden. Met deze wet is het verplichte ouderschapsplan ingevoerd. In zo’n ouderschapsplan worden de belangrijkste afspraken tussen ouders over de minderjarige kinderen vastgelegd.

Wanneer moet er een ouderschapsplan gemaakt worden?

De verplichting tot het opstellen van een ouderschapsplan geldt ten eerste voor ouders die willen scheiden. Verder moet zo’n plan gemaakt worden door ouders die een geregistreerd partnerschap beëindigen, scheiden van tafel en bed of die gezamenlijk het gezag hebben over de kinderen en uit elkaar gaan.

Wat is het doel van een ouderschapsplan?

Door het maken van een ouderschapsplan moeten ouders al in een vroeg stadium stil staan bij de gevolgen die de echtscheiding op hun kinderen zal hebben. Ook worden zij gedwongen na te denken op welke wijze zij hun taak als ouders willen invullen in de periode na de echtscheiding. Door duidelijke afspraken over de kinderen te maken worden problemen en conflicten in de toekomst voorkomen. Het uitgangspunt van het ouderschapsplan is dat ouders zich gezamenlijk verantwoordelijk (blijven) voelen voor de verzorging, opvoeding en ontwikkeling van hun kinderen, voor en na de scheiding.

Wat moet er in een ouderschapsplan staan?

Ouders mogen zelf bepalen welke onderlinge afspraken ze in het ouderschapsplan opnemen.

De wet stelt wel enkele minimumeisen over de inhoud. Een ouderschapsplan moet in ieder geval afspraken over de volgende onderwerpen bevatten:

– de verdeling van zorg- en opvoedingstaken, het recht en de verplichting tot omgang met de kinderen (de zorgregeling);

– de wijze waarop ouders elkaar informeren en raadplegen over belangrijke onderwerpen met betrekking tot de kinderen en hun vermogen (het onderling informeren en consulteren)

– de kosten van de verzorging en opvoeding van de kinderen (de kinderalimentatie).

Het is daarnaast mogelijk om over allerlei andere onderwerpen afspraken te maken. Denk aan bepaalde regels (bedtijden, huiswerk), de hoogte van het zakgeld en behandeling van de kinderen bij ziekte. De ervaring leert dat hoe duidelijker, gedetailleerder en concreter het ouderschapsplan is opgesteld, hoe minder misverstanden en conflicten er tussen ouders ontstaan. De ouders weten dan namelijk wat er van hen over en weer verwacht wordt.

Dit geeft ook een gevoel van rust en veiligheid aan de kinderen.

Hoe moet een kind bij het ouderschapsplan betrokken worden?

De wet bepaalt dat kinderen door hun ouders betrokken moeten worden bij het opstellen van het ouderschapsplan en dat in het verzoekschrift tot echtscheiding vermeld moet worden op welke manier de ouders dit gedaan hebben.

De kinderen moeten bij het ouderschapsplan betrokken worden op een manier die bij hun leeftijd past. Met een kind van acht jaar wordt natuurlijk op een andere manier gesproken over het ouderschapsplan dan met een puber van vijftien jaar. Hoewel kinderen bij het ouderschapsplan betrokken moeten worden en met hun mening dus rekening moet worden gehouden, zijn het uiteindelijk de ouders die beslissen. Dit voorkomt ook dat een kind tussen beide ouders moet kiezen.

Wat als het niet lukt om een ouderschapsplan te maken?

Soms lukt het niet om samen een ouderschapsplan op te stellen, bijvoorbeeld omdat de communicatie tussen de ouders niet goed loopt. Er kan dan toch een verzoekschrift tot echtscheiding worden ingediend. Hierbij dient de ouder die de echtscheiding verzoekt wel uit te leggen waarom geen ouderschapsplan is opgesteld en moet aangegeven worden welke afspraken over de kinderen deze ouder graag zou willen maken.

De rechter zal vervolgens bekijken of er nog mogelijkheden zijn om de ouders alsnog samen een ouderschapsplan te laten opstellen. Mocht de rechter van mening zijn dat de ouders er alles aan hebben gedaan om een ouderschapsplan op te stellen, maar dat dit door omstandigheden niet is gelukt, zal de rechter alsnog de echtscheiding uitspreken. Ook kan de rechter dan zelf in een ouderschapsplan voorzien.

De rechter kan ook van mening zijn dat partijen alsnog moeten proberen een ouderschapsplan op te stellen. Partijen kunnen hiervoor doorverwezen worden naar een mediator. De kosten van deze mediation zijn in principe voor rekening van de ouders. Als de mediation ook niet tot afspraken leidt en de ouders er ook op een andere manier niet uit kunnen komen, zal de rechter alsnog de echtscheiding uitspreken.

Executoriale titel

Het is belangrijk dat de rechter verzocht wordt het ouderschapsplan onderdeel uit te laten maken van de echtscheidingsbeschikking. Hiermee wordt een zogenoemde executoriale titel verkregen. Kort gezegd houdt dit in dat de inhoud van het ouderschapsplan kan worden afgedwongen zonder dat opnieuw de gang naar de rechtbank hoeft te worden gemaakt. Wordt bijvoorbeeld niet of onvoldoende kinderalimentatie betaald, dan kan de ouder die recht heeft op deze alimentatie direct naar het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of de deurwaarder stappen om de achterstallige kinderalimentatie te innen.

EnglishTurkeyFrenchDutchPoland